Topfeessies

Heppuut gehoord? De koning was in Dordt. In ons Hof. Voort feessie van de “Ode aan de synode” . U weet wel. Dasse de bijbel na potdorie toch de nodige eeuwe eindelijk es in gewone werkmanstaal ginge vertale. En dasse die Van Oldenbarneveldt toen eindelijk es een koppie kleiner konde make. En dat Hugo de Groot niet wis hoe snel ofdattie het land uit mos komme. Dat feessie, ja.
En dat mog wat koste, hoor! Sodeballe. Protokolle van hier tot kweetnie waar. De halve stad belegerd. Maar dan hejje wel een leuk plaattie van onze eigen kliek hotemetote naast koning Alex. Opt sjoernaal int ganse land. Helemaal top.

Enne, heppuut gehoord? Vlakbij datzelfde Hof gaan ze een leuk standbeeld neerkwakke van Willem De Zwijgerd, voorvader van koning Alex. Niet dattie hier iets te zoeke hep, maar zoon beeldje kost een arrem en een been en wij krijgennet mooi voor nop! Daar zouwe zelfs die zunige De Wittjes nooit over kenne zeure, toch? En je kennet zòòò leuk onthulle als Dordtse bobo zijnde. Effe snel wat peperdure protokollekes in mekaar draaien, blik sekjoeretie ope trekke. Dat kost dan weer wel wat, maar, hé, de De Wittjes zijn dood en zo komme die regentekoppe toch mooi weer effe overal op de deurmat te legge. Niet dan, waar toch?

Enne, heppu ook gehoord dat De Passie met Pase naar Dordt komp? U weet wel. Dan zeulen ze al smartlappe lallend zo’n dertig kilo aan tl-buize door een select stukkie stad (mij lijk een tochie van De Koloriet naar De Buitenwacht via het Movado-terrein heel aardig, maar dat zallet wel nie worde). Mojje wat voor over hebbe. We make een leuk budgetje en knalle daar nogges vier keer overheen, maar dan hejje ook hele boeke vol protokolle en op elke Dordtenaar een scherpschutter. En bovenal: mag onze lieve heer ookes met Dordts glorie op de foto.

Enne, o ja, ook dit jaar geen Sinterklaasintocht over de Brouwersdijk. Hoe of dat Klaas op die knol vannum vanuit de stad in Crabbehof terecht komp, dammag Joost wete. Maar niet meer zoas vroeger over de Brouwersdijk dwars door Krispijn heen. Want das harstikke gevaarlijk en daar komp veuls te veul gedoe bij kijke. Oftewel: heul duur. Dus: weggeprotokolliseerd. Tegelijk met braderieën en zo nog wel het één en ander aan leuke wijkdingetjes met niet genoeg eksposjeur.
Hale ze potdorie toch hooguit De Stem van Oud-Krispijn maar mee.

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 5-2018

Advertenties

Electorale zuivering

Kweettet zonennognie. De stad mot groeie. Zegge ze oppet stadhuis. En in de media. Zelfs Thies zegget in ze columns in de krant. Maar kweettet zonennognie.

En allereerst snap ikket nie. Want as je nou wil groeie, waarom sloop je dan eerst hele stukke Krispijn?

Kennu de Louis Apolweide? Jaaaaren geleje was dat een tof wijkkie vol gezellige woninkies. Die ineens allemaal plat moste. En alle gezellige Krispijners die daar woonde? Weg! Asdat vanwege heul, heul mooie bouwplanne voor veul, heul veul minder woninkies op de vrijgekomme grond. Maar ja, toen ware ineens de centen op. En sindsdien, dalles menne kale kont.

Patersweg. Paar honderd woninkies plat. Effezoveule Krispijnse gezinnekies met een oprotpremie allemaal poerum. Eén moers kont. Jarelang leg daar gewoon een weiland. En dan bouwe ze daar nu heul veul minder eengezinsdoze voor in de plaats.
Met ellek ze eige laadpaal, dat dan weer wel.

Da’s geen groei; da’s krimp. Punt. Maar zo bejje as gemeente en as woningbouw wel mooi af van een zootje misschien wel iets te gezellige en ook soms een pietsie krapkasserige Krispijners. En daar krijggie dan, net as in de rest van Dordt, een stel hypotheekaftrekkende leasebakkers voor in de plaats. Fijn voor B&W want bij verkiezinge is dat nou net de electorale doelgroep van de huidige club regente. Maar of die nou veul bijdraag tot sosiale koheusie in Krispijn? Kweettet zonennognie.

Weettu, voor elleke gezinsdoos met laadpaal vier Krispijnse woninkies naar de mallemoer. En komme der juist niet steeds meer alleenstaande jonchies en ouchies bij? En steeds meer stelle waarvan de kinnechies de deur uit benne? Volgens mij staat Krispijn vol met laagdrempelige tiny housies voor net dìe groepen. Gooi et daar es op! Mep die ouwe huizies niet plat. Knap ze op! Nieuwe raampies, beetje iso-schuim, stadskacheltie, zonnepaneeltie. Klaar.

De wijk werd destijds opgezet voor de sosiale emansipaassie van de bewoners: ope en op mekaar gericht. Dat maak Krispijn nou net zo mooi. Houwe zo, zeggik!

Weettu, kweennie. Hoezo, ellek huis ze eigen laadpaal? Bejje belakketoot. Plant liever een boom!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 4-2018

Arie het gelijk!

Wat zei ikku, in de vorige Stem: toppertje toch, die Arie Okabézet? Telkens weer oppietoppie boordevol van leuke plannetjes voor Krispijn.

Nu weer dat ouwe sportterrein. Dawwe daar een tof wijkcentrumpie van motte maken. Dus niet meer alleen voor overactieve uitslovers maar ook zo af en toe iets aardigs voor lapzwansen as ondergetekende. Lijkt me vierkant te gek.

Maarre, Arie, pas een beetje op voor de concurrentie in de wijk: ik kom nog wellus in De Koloriet en De Buitenwacht enne, daaro hebben ze ook al van alles draaien voor de wijk. Eén wijkcentrum per wijkbewoner is zat. En in een klein wijkkie asset onze vind ik eigenlijk drie al wel best een heleboel. Wat wou je daar an doen, Arie?

Nettas in de binnenstad. Daar willen ze in ellek leegstand pand een mark met kraampies en galerietjes hebben. Met dagelijkse boodschappies en konst, maar dan zo duur as mogelijk. Mojje nie willen.

Enne, Arie, as de braderie gewoon weer de standaard gelikte kerremis van kraampies goedkope rommel wordt, diesse vorige week in een andere plaats niet verkocht konden krijgen, laat dammaar gaan, joh. Dat kennen we al.

Nee, wammij betreft, Arie: een wijkbraderie. Met de eigen wijkondernemers. De kapper komp kappen (ja, jij ook, Petertje!), de schoenlapper lappen, de bakker bakken, en zo kennik nog wel effe doorgaan. Ware het niet dawwe in onze wijk niet zo heul veul ondernemers hebben.

Maar niet getreurd: eigengemaakt gebak, huisvlijt en hobby, schilderijen, fotografie (hup, Jeroen), beeldhouwkunst; alles wordt uitgestald zolang het maar uit de wijk komp. Wat jij?

Kennik ook drie, vier keer per jaar ’s een keertie memme handel in vadsige vodden, oud ijzer en overige opgeraapte en/of ‘op bijzondere wijze verkregen’ spulletjes leuren zonder meteen door de juten achter de tralies gezet te worden.

Nog een verzoekje van de vaste nachtbewoners van het Weizigtpark: kenne d’r ook wat bankies kommen om op uit te rusten, want iemand as ik, die loopt wat af op een dag. Da’s nie mals, Arie. Dat wil je nie weten.

Maar verders: gaan met die banaan, Arie! Mijn steun hejje! Nu nog die van Kolff en zijn matties, dan de centen nog effe fiksen, en hupsakee.

Go Arie go!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 3-2018

 

Arie, de zon schijnt!

Die Arie toch.

Arie, vraagt u.

Ja, Arie, zeg ik. Me buurman hier in De Stem. Die van de wijkvereniging, van de Okabézet.

Hij lijkt wel wat op me, vinnu niet? Altijd wel wat te klagen. Nooites tevreden. 
Maar gelijk hettie wel, hoor. Groot gelijk. Een goed mens met precies de juiste kijk op de wijk! Nettas ik.

En assik zo lees in dat stukkie vannem hiernaast. Tja, dat geeft te denken toch?

Neem nou dat van het verkeer. Hoe komt een beetje doorsnee Krispijner nog bij het graf van opoe op de Essenhof? Grote kans dattie op de Brouwersdijk mot oversteken. En anders mottie wel ergens aan de andere kant van de Krispijnseweg zien te kommen. En das tegenwoordig zo trikkie, dattie grote kans het dat het een enkele reis Essenhof wordt. Tja, zeg ervan wat je wil, maar tis wel waar!

Zo gaan die dingen. Net asdat iedereen maar z’n vuile zooi op de grond flikkert. En z’n hondje uitlaat in de achtertuin van onze hoofdredactrice, of daaromtrent. Wel waar.

Zo gaatet nu eenmaal. En dan maar lekker net doen assof we zoveel in te brengen hebben in de dingetjes van onze eigen wijk. Maar ondertussen alles lekker lopen te bekonkelen op  stadhuis. Met een hoop gewauwel en cijfertjes. Uiteindelijk alles om de centen. Istnie waar?

Zo gaatet nou altijd.

Maar Arie, ik loop dagelijks in donker door ‘t Weizigtpark. En dan kom ik meestal vanuit de tunnel. Of ik ben daar naartoe onderweg. Nooit een centje pijn. Nooit herrie. Ze weten daat allemaal, bij die ouwe Crispijn, daar valt niks te halen. ‘t Is daar harstikke veilig. Dus dat klopt nie, Arie.

En wat die poliesie betreft, mwa…

Ik zou zeggen, Arie: ga mares lekker korfballen met de jongens van de woningcoöperatie of de lokale ondernemers. Aan de Patersweg ligt een leuk veldje.

Maar verwacht van mij geen gezeik, vandaag, Arie. Want ik werd wakker met de eerste lentezon op me neus. Ik werd wakker met de kriebels. Ik heb er zin in vandaag. En het is nergens zo fijn, dan asdat we hier in Krispijn kennen zijn.

Want Arie: de zon schijnt!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 2-2018

De Almerisering van Oud-Krispijn

Ik hou van mijn lieve Oud-Krispijn. Mijn eigen wijkkie, waar ik al sinds de eerste bouw ronddool. En hoe ouder de wijk, hoe liever zij me wordt, lijkt het wel.

Ooit werd Krispijn opgezet als echte volksbuurt. De huisjes waren wat klein en bestemd voor met name mensen met lage inkomens. Typisch sociale huurwoningen van woningcorporaties. En niet alleen gebouwd met het oog op onderdak, maar ook op gemeenschapszin. Veel huizen werden rondom grotere of kleinere pleinen gezet. Helemaal trouwens in de sfeer van de stad met de zo talrijke hofjes. Het sportterrein aan de Patersweg is daar met een schitterend ideaal aangelegd. Ingericht op samenzijn en ontmoeting. Laten we hier asjeblief zunig op zijn!

Want uiteindelijk is ons lieve Oud-Krispijn, laten we wel wezen, in vele opzichten een van de kneuterigheid bijna toeristisch aandoende volkswijk, die welhaast volledig bestaat uit (hoe modern!) ‘tiny houses’. Kleine gezinswoninkjes waar met elke nieuwe inwoner weer een stukje aan verhapstukt is, zodat elke straat en elk plein er zo snel een gevoel van ‘thuis’ biedt.

Maar ja, en ik citeer hier uit Wikipedia: ‘Vanwege een aantal problemen (slechte kwaliteit woningen en woonomgeving, sociale problemen, werkloosheid, overlast, criminaliteit) startten gemeente en woningcorporaties het project Oud Krispijn Vernieuwt. Doel van het project is om de leefbaarheid te verbeteren en het aantal huurwoningen te verminderen.’

De beurt is nu aan de Patersweg. Op het hier vele crisisjaren te vroeg (oh, wat waren ze gretig) kaalgesloopte terrein wordt een start gemaakt met de bouw van Almere II: ’76 fraaie, ruime, duurzame woningen met grote tuin en vijf ruime slaapkamers’ op een ‘ideale locatie’.

Met andere woorden: dure koopwoningen en (voor actuele bewoners financieel onhaalbare) huurwoningen in die zogenaamd ‘vrije’ sector. Hiervoor moeten dan hele ritsen typisch Oud-Krispijnse straatjes verdwijnen. En daarvoor in de plaats verrijzen dan fantasieloze blokken duur beton voor het spreadsheetproletariaat van de moderne slavernij. Armoedebestrijding heet dat: schooiers eruit, leasebakken erin!

De crisis is voorbij en ze ruiken weer geld. Met plagiaat uit Almere. En dat noemen ze ‘De bloei van Krispijn’. Ammehoela; daar gaat ons wijkje!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 1-2018

De triangulaire optimist

Puienprijs. Ooit van gehoord? Zo’n typische binnensteedse hebbelijkheid. Geven ze een prijs voor het zoveelste gammele krotgeveltje.
De zeer vakkundige schoonheidscommissie van de Dordtse puienprijs was met klem verzocht zich te beperken tot bij voorkeur meer dan 200 jaar oude troep in het stadscentrum. Anders hadden die opgepimpte krotpuien daar geen schijn van kans gehad. Dan was Crabbehof er fluitend met de prijs vandoor gegaan. Het zij zo!

Wat mij persoonlijk betreft zijn de mooiste geveltjes trouwens te vinden in ons eigen Oud-Krispijn. Jazeker.

Kent u de gevel die in de puienwereld bekend staat als de ‘Krispijnse triangulaire optimist’? Want zo heet deze voor onze wijk zo kenmerkende pui. Je herkent hem uit duizenden. En gelukkig hebben we er nog een fiks aantal van.

Onze Krispijnse triangulaire optimist is immer opwaarts georiënteerd, vol van dat voor u en mij zo geheel eigen en vanzelfsprekende, luchtige, vrolijke, deugdzame en rondborstige Krispijnse volksoptimisme.
’t Is niet anders. Zo zijn wij nu eenmaal.
De gebruikte bakstenen liggen welhaast wulps per laag een halve lengte verschoven ten opzichte van die van de onderliggende laag. Stabiliserend en speels tegelijkertijd. Enig toch?

Bij de meer gedurfde exemplaren zien we soms onverhoeds warempel een echt raam in de muur. Met heuse luxaflex. Gewaagd, denkt u, maar wees gerust: dat zit te allen tijde op inbraakvrije hoogte. Schitterend, niet?

Geveltje

Tot slot nog een geheimpje over deze gevel: voor elke Krispijnse triangulaire optimist geldt: wanneer u de afstand van nok tot dakgoot met zichzelf vermenigvuldigt, dan krijgt u steevast de som van enerzijds het kwadraat van het hoogteverschil tussen nok en dakgoot en anderzijds dat van de horizontale afstand van dakgoot tot nok. En dat geldt zowel voor de linker- als voor de rechterhelft van elke Krispijnse triangulaire optimist! Ik daag u uit: doe de proef!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 5-2017

Het beste van Buddingh

Het beste van Buddingh’

Zonder Krispijn had Van Gogh het nooit in z’n hoofd gehaald om landschappen te schilderen. Schitterend vond hij het daar ‘achter het station’, zo lezen we meermalen in zijn Dordtse brieven.

En zonder Krispijn had Cees Buddingh’ twee van zijn mooiste gedichten wellicht nooit geschreven. Zo stamt ‘De Blauwbilgorgel’ uit 1942, Cees’ Krispijnse jaar! Hij had in die tijd werkruimte aan de Brouwersdijk. En het gedicht mag dan achter in ’t jaar opgeschreven zijn in een sanatorium te Soest, eenieder weet dat een beetje gedicht een rijpingstijd heeft van ongeveer zes maanden. Rekent u dus maar uit: rondom februari 1942 moet dat zo’n beetje zijn gaan rommelen in het hoofd van dat best wel Dordtse, maar toch bovenal typisch Krispijnse genie. ‘De Blauwbilgorgel’: voor wie hier woont en leeft duidelijk herkenbare zuiver Krispijnse wijkkolder.

Het was zo’n dromertje, die jonge Buddingh’. En smoorverliefd op Stientje. En dat zou hij zijn hele leven lang blijven: een dromer en smoorverliefd op Stientje. Uit de annalen weten we dat hij vanuit zijn werkkamer aan de Brouwersdijk uren door het raam de Frans Lebretlaan af kon staren in ongeduldige afwachting van zijn allerliefste Stientje.

Staren door ’t raam naar Stientje, dat was niet zomaar iets. Nee, dat werd een motief. Een schitterend motief van de dichter en de buitenwereld, en het kille glas dat hen scheidt. In die voor de dichter altijd wat onbestemde en onzekere wereld loopt daar ineens trots en zelfverzekerd de muze Stientje. Steun en toeverlaat, anker en brug tussen droom en werkelijkheid. Een motief dat uiteindelijk volop tot uiting komt in wat door velen als het mooiste nederlandstalige liefdesgedicht van de twintigste eeuw wordt beschouwd: ‘Eight days a week’ (1965 – uit de bundel ‘Deze kant boven’). Gesitueerd rondom het Vogelplein van de jaren 60, zien we hier eigenlijk de jonge verliefde Cees, dromend door het kille venster van zijn kamertje met uitzicht op de Frans Lebretlaan. Smartelijk verlangend naar de verschijning van zijn lieve Stientje. Oud-Krispijn, 1942.

Mocht u het niet kennen, zoek het eens op. In een boek of op internet (bijvoorbeeld HIER). U zult zien. Zo diep geworteld in de ziel van die typerende Oud-Krispijnse romantiek. Je ruikt gewoon de Brouwersdijk. Het beste van Buddingh’, dat komt uit Krispijn!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 3-2017

Columns uit wijkkrant De Stem van Oud-Krispijn