Arie het gelijk!

Wat zei ikku, in de vorige Stem: toppertje toch, die Arie Okabézet? Telkens weer oppietoppie boordevol van leuke plannetjes voor Krispijn.

Nu weer dat ouwe sportterrein. Dawwe daar een tof wijkcentrumpie van motte maken. Dus niet meer alleen voor overactieve uitslovers maar ook zo af en toe iets aardigs voor lapzwansen as ondergetekende. Lijkt me vierkant te gek.

Maarre, Arie, pas een beetje op voor de concurrentie in de wijk: ik kom nog wellus in De Koloriet en De Buitenwacht enne, daaro hebben ze ook al van alles draaien voor de wijk. Eén wijkcentrum per wijkbewoner is zat. En in een klein wijkkie asset onze vind ik eigenlijk drie al wel best een heleboel. Wat wou je daar an doen, Arie?

Nettas in de binnenstad. Daar willen ze in ellek leegstand pand een mark met kraampies en galerietjes hebben. Met dagelijkse boodschappies en konst, maar dan zo duur as mogelijk. Mojje nie willen.

Enne, Arie, as de braderie gewoon weer de standaard gelikte kerremis van kraampies goedkope rommel wordt, diesse vorige week in een andere plaats niet verkocht konden krijgen, laat dammaar gaan, joh. Dat kennen we al.

Nee, wammij betreft, Arie: een wijkbraderie. Met de eigen wijkondernemers. De kapper komp kappen (ja, jij ook, Petertje!), de schoenlapper lappen, de bakker bakken, en zo kennik nog wel effe doorgaan. Ware het niet dawwe in onze wijk niet zo heul veul ondernemers hebben.

Maar niet getreurd: eigengemaakt gebak, huisvlijt en hobby, schilderijen, fotografie (hup, Jeroen), beeldhouwkunst; alles wordt uitgestald zolang het maar uit de wijk komp. Wat jij?

Kennik ook drie, vier keer per jaar ’s een keertie memme handel in vadsige vodden, oud ijzer en overige opgeraapte en/of ‘op bijzondere wijze verkregen’ spulletjes leuren zonder meteen door de juten achter de tralies gezet te worden.

Nog een verzoekje van de vaste nachtbewoners van het Weizigtpark: kenne d’r ook wat bankies kommen om op uit te rusten, want iemand as ik, die loopt wat af op een dag. Da’s nie mals, Arie. Dat wil je nie weten.

Maar verders: gaan met die banaan, Arie! Mijn steun hejje! Nu nog die van Kolff en zijn matties, dan de centen nog effe fiksen, en hupsakee.

Go Arie go!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 3-2018

 

Advertenties

Arie, de zon schijnt!

Die Arie toch.

Arie, vraagt u.

Ja, Arie, zeg ik. Me buurman hier in De Stem. Die van de wijkvereniging, van de Okabézet.

Hij lijkt wel wat op me, vinnu niet? Altijd wel wat te klagen. Nooites tevreden. 
Maar gelijk hettie wel, hoor. Groot gelijk. Een goed mens met precies de juiste kijk op de wijk! Nettas ik.

En assik zo lees in dat stukkie vannem hiernaast. Tja, dat geeft te denken toch?

Neem nou dat van het verkeer. Hoe komt een beetje doorsnee Krispijner nog bij het graf van opoe op de Essenhof? Grote kans dattie op de Brouwersdijk mot oversteken. En anders mottie wel ergens aan de andere kant van de Krispijnseweg zien te kommen. En das tegenwoordig zo trikkie, dattie grote kans het dat het een enkele reis Essenhof wordt. Tja, zeg ervan wat je wil, maar tis wel waar!

Zo gaan die dingen. Net asdat iedereen maar z’n vuile zooi op de grond flikkert. En z’n hondje uitlaat in de achtertuin van onze hoofdredactrice, of daaromtrent. Wel waar.

Zo gaatet nu eenmaal. En dan maar lekker net doen assof we zoveel in te brengen hebben in de dingetjes van onze eigen wijk. Maar ondertussen alles lekker lopen te bekonkelen op  stadhuis. Met een hoop gewauwel en cijfertjes. Uiteindelijk alles om de centen. Istnie waar?

Zo gaatet nou altijd.

Maar Arie, ik loop dagelijks in donker door ‘t Weizigtpark. En dan kom ik meestal vanuit de tunnel. Of ik ben daar naartoe onderweg. Nooit een centje pijn. Nooit herrie. Ze weten daat allemaal, bij die ouwe Crispijn, daar valt niks te halen. ‘t Is daar harstikke veilig. Dus dat klopt nie, Arie.

En wat die poliesie betreft, mwa…

Ik zou zeggen, Arie: ga mares lekker korfballen met de jongens van de woningcoöperatie of de lokale ondernemers. Aan de Patersweg ligt een leuk veldje.

Maar verwacht van mij geen gezeik, vandaag, Arie. Want ik werd wakker met de eerste lentezon op me neus. Ik werd wakker met de kriebels. Ik heb er zin in vandaag. En het is nergens zo fijn, dan asdat we hier in Krispijn kennen zijn.

Want Arie: de zon schijnt!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 2-2018

De Almerisering van Oud-Krispijn

Ik hou van mijn lieve Oud-Krispijn. Mijn eigen wijkkie, waar ik al sinds de eerste bouw ronddool. En hoe ouder de wijk, hoe liever zij me wordt, lijkt het wel.

Ooit werd Krispijn opgezet als echte volksbuurt. De huisjes waren wat klein en bestemd voor met name mensen met lage inkomens. Typisch sociale huurwoningen van woningcorporaties. En niet alleen gebouwd met het oog op onderdak, maar ook op gemeenschapszin. Veel huizen werden rondom grotere of kleinere pleinen gezet. Helemaal trouwens in de sfeer van de stad met de zo talrijke hofjes. Het sportterrein aan de Patersweg is daar met een schitterend ideaal aangelegd. Ingericht op samenzijn en ontmoeting. Laten we hier asjeblief zunig op zijn!

Want uiteindelijk is ons lieve Oud-Krispijn, laten we wel wezen, in vele opzichten een van de kneuterigheid bijna toeristisch aandoende volkswijk, die welhaast volledig bestaat uit (hoe modern!) ‘tiny houses’. Kleine gezinswoninkjes waar met elke nieuwe inwoner weer een stukje aan verhapstukt is, zodat elke straat en elk plein er zo snel een gevoel van ‘thuis’ biedt.

Maar ja, en ik citeer hier uit Wikipedia: ‘Vanwege een aantal problemen (slechte kwaliteit woningen en woonomgeving, sociale problemen, werkloosheid, overlast, criminaliteit) startten gemeente en woningcorporaties het project Oud Krispijn Vernieuwt. Doel van het project is om de leefbaarheid te verbeteren en het aantal huurwoningen te verminderen.’

De beurt is nu aan de Patersweg. Op het hier vele crisisjaren te vroeg (oh, wat waren ze gretig) kaalgesloopte terrein wordt een start gemaakt met de bouw van Almere II: ’76 fraaie, ruime, duurzame woningen met grote tuin en vijf ruime slaapkamers’ op een ‘ideale locatie’.

Met andere woorden: dure koopwoningen en (voor actuele bewoners financieel onhaalbare) huurwoningen in die zogenaamd ‘vrije’ sector. Hiervoor moeten dan hele ritsen typisch Oud-Krispijnse straatjes verdwijnen. En daarvoor in de plaats verrijzen dan fantasieloze blokken duur beton voor het spreadsheetproletariaat van de moderne slavernij. Armoedebestrijding heet dat: schooiers eruit, leasebakken erin!

De crisis is voorbij en ze ruiken weer geld. Met plagiaat uit Almere. En dat noemen ze ‘De bloei van Krispijn’. Ammehoela; daar gaat ons wijkje!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 1-2018

De triangulaire optimist

Puienprijs. Ooit van gehoord? Zo’n typische binnensteedse hebbelijkheid. Geven ze een prijs voor het zoveelste gammele krotgeveltje.
De zeer vakkundige schoonheidscommissie van de Dordtse puienprijs was met klem verzocht zich te beperken tot bij voorkeur meer dan 200 jaar oude troep in het stadscentrum. Anders hadden die opgepimpte krotpuien daar geen schijn van kans gehad. Dan was Crabbehof er fluitend met de prijs vandoor gegaan. Het zij zo!

Wat mij persoonlijk betreft zijn de mooiste geveltjes trouwens te vinden in ons eigen Oud-Krispijn. Jazeker.

Kent u de gevel die in de puienwereld bekend staat als de ‘Krispijnse triangulaire optimist’? Want zo heet deze voor onze wijk zo kenmerkende pui. Je herkent hem uit duizenden. En gelukkig hebben we er nog een fiks aantal van.

Onze Krispijnse triangulaire optimist is immer opwaarts georiënteerd, vol van dat voor u en mij zo geheel eigen en vanzelfsprekende, luchtige, vrolijke, deugdzame en rondborstige Krispijnse volksoptimisme.
’t Is niet anders. Zo zijn wij nu eenmaal.
De gebruikte bakstenen liggen welhaast wulps per laag een halve lengte verschoven ten opzichte van die van de onderliggende laag. Stabiliserend en speels tegelijkertijd. Enig toch?

Bij de meer gedurfde exemplaren zien we soms onverhoeds warempel een echt raam in de muur. Met heuse luxaflex. Gewaagd, denkt u, maar wees gerust: dat zit te allen tijde op inbraakvrije hoogte. Schitterend, niet?

Geveltje

Tot slot nog een geheimpje over deze gevel: voor elke Krispijnse triangulaire optimist geldt: wanneer u de afstand van nok tot dakgoot met zichzelf vermenigvuldigt, dan krijgt u steevast de som van enerzijds het kwadraat van het hoogteverschil tussen nok en dakgoot en anderzijds dat van de horizontale afstand van dakgoot tot nok. En dat geldt zowel voor de linker- als voor de rechterhelft van elke Krispijnse triangulaire optimist! Ik daag u uit: doe de proef!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 5-2017

Het beste van Buddingh

Het beste van Buddingh’

Zonder Krispijn had Van Gogh het nooit in z’n hoofd gehaald om landschappen te schilderen. Schitterend vond hij het daar ‘achter het station’, zo lezen we meermalen in zijn Dordtse brieven.

En zonder Krispijn had Cees Buddingh’ twee van zijn mooiste gedichten wellicht nooit geschreven. Zo stamt ‘De Blauwbilgorgel’ uit 1942, Cees’ Krispijnse jaar! Hij had in die tijd werkruimte aan de Brouwersdijk. En het gedicht mag dan achter in ’t jaar opgeschreven zijn in een sanatorium te Soest, eenieder weet dat een beetje gedicht een rijpingstijd heeft van ongeveer zes maanden. Rekent u dus maar uit: rondom februari 1942 moet dat zo’n beetje zijn gaan rommelen in het hoofd van dat best wel Dordtse, maar toch bovenal typisch Krispijnse genie. ‘De Blauwbilgorgel’: voor wie hier woont en leeft duidelijk herkenbare zuiver Krispijnse wijkkolder.

Het was zo’n dromertje, die jonge Buddingh’. En smoorverliefd op Stientje. En dat zou hij zijn hele leven lang blijven: een dromer en smoorverliefd op Stientje. Uit de annalen weten we dat hij vanuit zijn werkkamer aan de Brouwersdijk uren door het raam de Frans Lebretlaan af kon staren in ongeduldige afwachting van zijn allerliefste Stientje.

Staren door ’t raam naar Stientje, dat was niet zomaar iets. Nee, dat werd een motief. Een schitterend motief van de dichter en de buitenwereld, en het kille glas dat hen scheidt. In die voor de dichter altijd wat onbestemde en onzekere wereld loopt daar ineens trots en zelfverzekerd de muze Stientje. Steun en toeverlaat, anker en brug tussen droom en werkelijkheid. Een motief dat uiteindelijk volop tot uiting komt in wat door velen als het mooiste nederlandstalige liefdesgedicht van de twintigste eeuw wordt beschouwd: ‘Eight days a week’ (1965 – uit de bundel ‘Deze kant boven’). Gesitueerd rondom het Vogelplein van de jaren 60, zien we hier eigenlijk de jonge verliefde Cees, dromend door het kille venster van zijn kamertje met uitzicht op de Frans Lebretlaan. Smartelijk verlangend naar de verschijning van zijn lieve Stientje. Oud-Krispijn, 1942.

Mocht u het niet kennen, zoek het eens op. In een boek of op internet (bijvoorbeeld HIER). U zult zien. Zo diep geworteld in de ziel van die typerende Oud-Krispijnse romantiek. Je ruikt gewoon de Brouwersdijk. Het beste van Buddingh’, dat komt uit Krispijn!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 3-2017

Heb ik weer!

Ik ben gek op buurtmarkten en braderieën. Geweldig vind ik die. De sfeer, die walm van half aangebrande hamburgers met ui. De gezellige drukte, de ellebogen in de aanslag, voeten stevig op de grond, en dan maar lekker dringen en voorkruipen, duwen en trek-ken, zwemmen in de stroop van volk.

Geen cent te makken, maar met wat charme hier en een grote muil daar komt een mens een end. Dus biertje hier, biertje daar. En met wat geluk een gratis misbakseltje bij de één of andere eetkraam.

En wat las ik in de voorgaande aflevering van ons doorgaans zeer respectabele en wel geinformeerde wijkperiodiek? Vrijdag 24 maart: braderie in de Vincent van Goghstraat! Iets met dat Van Gogh ooit per abuis even in onze stad heeft vertoefd. Zal wel. Maakt mij niet uit.

Braderie!!! OMG, zoals dat tegenwoordig heet, oftewel: jeemineetje!

En dus, in mijn beste kostuum (uit de textiel-afkeurbak van Opnieuw & Co), de haren ongeveer allemaal in dezelfde richting en de opstaande schoenneuzen glanzend opgespuugd, toog ik reeds vroeg in de ochtend van die heuglijke dag goedgemutst richting braderie.

Ik moet eerlijk zeggen: het viel me allemaal ietwat tegen. Allereerst had ik wat meer men-sen verwacht. Eerst dacht ik nog dat de echte drukte nog moest beginnen, maar toen ik rond twee uur in de namiddag nog steeds de enige aanwezige in de hele Van Goghstraat was, bekroop mij even de gedachte dat deze braderie wellicht geen groot commercieel succes zou worden.

Zeker ook met het oog op het waarlijk armetierige aantal koopjes (ik heb welgeteld één object gezien, en dat was een woonhuis, en zoals u wellicht weet, bezit ik reeds een schitterend in het park gelegen stekkie. Recyclebaar, prima geïsoleerd, en opvouwbaar. Van karton). En het volledig ontbreken van kraampjes.

svoc2017-10

Gezellige braderie Van Goghstraat.

Ik had me er wekenlang reuze op verheugd. Krijg je dit! Het viel me eigenlijk zwaar tegen. Ben ik nou daarvoor m’n doos uitgekropen?

Heb ik weer!

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 2-2017

Krispijn kleurt Van Gogh

Ooit was ik de trotse eigenaar van mijn eigenste kroegje, op de hoek van de Brouwersdijk en de Spuiweg, nu Krispijnseweg. Dat heette toen nog heel chic een ‘uitspanning’. Ooit werd hier, in het hart van Krispijn het ‘Teekengenootschap Pictura’ opgericht. Jawel, in mijn kroeggie en in uw wijk.

In de eerste maanden van het jaar des heren 1877 zag ik hem geregeld lopen over het Boonenpaadje of over de kolenweg richting kerkhof. Soms in gezelschap, maar vaker alleen.

Een eenzame figuur met de neus richting aarde. Schoorvoetend kwam hij vooruit. Stond dan een poosje te staren en liep even traag en met afgezakte schouders weer terug naar het station, en vandaar verder de stad in.

Hij is hier één keer binnen geweest. Op een sombere dag met motregen uit een laaghangende zware hemel. Ik zie hem nog zitten bij het raam. Toen ik het bestelde bier bracht, hoorde ik hem zacht in zichzelf mompelen:

‘Verdomme Maris, zou je gelijk hebben? Kan ik echt niet schilderen? Moet dat nou, dominee? Jeetje!’ En dergelijke wartaal.

Voorovergebogen krabbelde hij ondertussen wat met een potlood op de achterkant van een bierviltje. Hij deed dat met intensieve krampachtigheid, waarbij het vuur hem uit de ogen schoot.

Lang bleef hij niet. Toen hij klaar was met z’n gekrabbel, vatte hij zijn glas en sloeg het in enen achterover. Hij legde wat duiten op de tafel en stond op.

‘Allemaal flauwekul’, sprak hij, terwijl hij zijn jas aan deed, zijn hoed opzette en een zwaar rollende boer liet.

Voor hij de deur uit liep, draaide hij zich om naar de toog:

‘U heeft hier een schitterende uitspanning. En zo mooi gelegen in het eeuwige en onverwoestbare Hollandsche landschap. Moge het blijven zoals het is! Gegroet.’

Het bierviltje heb ik nog. Kijk, zo zagen de stoelen in mijn gelagkamer eruit.

svoc2017-7

De rest, tja, de rest is weg. Kroeg, landschap. Van Gogh. Allemaal poerum.

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 1-2017

Columns uit wijkkrant De Stem van Oud-Krispijn