Krispijn kleurt Van Gogh

Ooit was ik de trotse eigenaar van mijn eigenste kroegje, op de hoek van de Brouwersdijk en de Spuiweg, nu Krispijnseweg. Dat heette toen nog heel chic een ‘uitspanning’. Ooit werd hier, in het hart van Krispijn het ‘Teekengenootschap Pictura’ opgericht. Jawel, in mijn kroeggie en in uw wijk.

In de eerste maanden van het jaar des heren 1877 zag ik hem geregeld lopen over het Boonenpaadje of over de kolenweg richting kerkhof. Soms in gezelschap, maar vaker alleen.

Een eenzame figuur met de neus richting aarde. Schoorvoetend kwam hij vooruit. Stond dan een poosje te staren en liep even traag en met afgezakte schouders weer terug naar het station, en vandaar verder de stad in.

Hij is hier één keer binnen geweest. Op een sombere dag met motregen uit een laaghangende zware hemel. Ik zie hem nog zitten bij het raam. Toen ik het bestelde bier bracht, hoorde ik hem zacht in zichzelf mompelen:

‘Verdomme Maris, zou je gelijk hebben? Kan ik echt niet schilderen? Moet dat nou, dominee? Jeetje!’ En dergelijke wartaal.

Voorovergebogen krabbelde hij ondertussen wat met een potlood op de achterkant van een bierviltje. Hij deed dat met intensieve krampachtigheid, waarbij het vuur hem uit de ogen schoot.

Lang bleef hij niet. Toen hij klaar was met z’n gekrabbel, vatte hij zijn glas en sloeg het in enen achterover. Hij legde wat duiten op de tafel en stond op.

‘Allemaal flauwekul’, sprak hij, terwijl hij zijn jas aan deed, zijn hoed opzette en een zwaar rollende boer liet.

Voor hij de deur uit liep, draaide hij zich om naar de toog:

‘U heeft hier een schitterende uitspanning. En zo mooi gelegen in het eeuwige en onverwoestbare Hollandsche landschap. Moge het blijven zoals het is! Gegroet.’

Het bierviltje heb ik nog. Kijk, zo zagen de stoelen in mijn gelagkamer eruit.

svoc2017-7

De rest, tja, de rest is weg. Kroeg, landschap. Van Gogh. Allemaal poerum.

Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 1-2017

Advertenties

Sinterklaasje paardenpoep

Lieve kinders,

Ieder jaar weer in november
Wacht ik op de Brouwersdijk
Op de stoet van Sinterklaasje
Die gaat richting Crabbewijk.

Aldus groette ik ooit jaarlijks
Klaasje met de lange sik
En die rare rooie mijter
Die nog ouwer is dan ik.

Jammer dat de laatste jaren
Hij Krispijn niet meer doorkruist
‘k Sta nog trouw op hem te wachten
Steeds voor nop. Er ingeluisd.

Blijkt dat deze roomse rover
Geld eist voor zijn wandeltocht
En door middenstandse  winkels
Eerst moet worden omgekocht.

Onze kruideniers bent zunig
Dokken niet voor kinderpret
‘Dan maar nokken met die  intocht
Eerst de winst, zo is ’t maar net!’

***

Kinders, tijd voor revolutie
Weg met deze paapse troep
In ons protestantse bolwerk
Sinterklaasje paardenpoep.

Oud-Krispijn, Dordts leukste stadswijk
En daar komt geen Sint noch Piet?
Klaassie als je ons te min vindt
Hoeven wij je rommel niet!

Kinders, Oud-Krispijnse  rakkers
Staakt nu niet uw wild geraas
Als de Sint Krispijn niet  aandoet
Staken wij met Sint Niklaas!

Hou je pakjes, ouwe taaie
Chocolade marsepein
Zout toch op met al die zoetzooi
Daarmee krijg je ons niet klein!

***

Wil de Sint dat we weer meedoen
Kom dan terug in onze wijk
Na je aankomst in de haven
Intocht op de Brouwersdijk!

Maakt niet uit waar je vandaan komt
Waar je heen gaat scheelt ons niet
Als je ons maar niet laat schieten
Als je ons maar heel goed ziet!

Wees gewaarschuwd Sinterklaasje
Als je hier niet meer wilt zijn
Dan vervangen wij jouw feestje
Door de jaardag van Calvijn!

Namens de voltallige jeugd van Oud-Krispijn…
Toch???

Was getekend Crispijn van Outgaerden
De Stem van Oud-Krispijn, 5-2016

Tunnelvisie

U boft maar dat ik nog leef. Het had niet veel gescheeld of ze hadden me morsdood gereden. Stelletje velocipeden!

Waarschijnlijk heeft u het niet gelezen, want een verstandig mens als u verdoet z’n kostbare tijd niet aan dergelijke flauwekul en slaat dit soort onzin meteen over, maar elders in dit periodiek beticht men mij ervan een gevaar te vormen voor (altijd gehaast) pedalerende zenuwelijers op tweewielers.

Van Outgaerden, ja. De enige echte. Mister Krispijn himself! Die altijd geleerd heeft dat de kortste afstand tussen twee punten de rechte lijn is. En alhoewel ik mijn uiterste best doe deze rechte lijn te allen tijde te volgen, gaat mij dat doorgaans naarmate de dag verstrijkt steeds moeizamer af. Mijn dagelijkse gang is er namelijk voornamelijk één van slijter naar slijter, in mijn geval van uitbater D. aan de Brouwersdijk naar idem D. aan de Johan de Wittstraat en weer terug via het Weizigtpark.

Ik herinner mij niet meer precies wanneer de Krispijntunnel is geopend, maar ik heb eerlijk gezegd nooit geweten dat het loopvolk niet geacht wordt ter rechterzijde (gezien vanaf mijn Krispijn uiteraard) onder het spoor door te lopen, edoch dit te doen middels vele kronkels en omwegen. Of men moet zebra- en stoplichtloos met gevaar voor eigen leven diverse uitsluitend voor razende autodebielen bestemde weggedeelten oversteken. Want alleen zo bereikt men een achter hoogtes, muren en andere obstakels verstopte en enigszins louche linker tunnelbuis voor wandelaars. Tegen de tijd dat je deze ingang vindt, ben je ook dik en breed door de rechtertunnelbuis heen. Zelfs op je knieën. Heen en weerom.

Dus neem ik sinds jaar en dag altijd deze lekker brede route door de rechtertunnelbuis. Stukken korter. En geloof me, zo tegen de avond voelt die buis toch echt een stuk smaller aan dan des ochtends en weegt het mij steeds zwaarder om volgens een strikt recht pad te zwalken. Ik heb die ruimte gewoon nodig. Het is erg naar om dan van de sokken te worden gereden door roekeloze voorbijfietsers. Da’s logisch.

Nu willen ze dat ik die andere tunnelbuis gebruik. Zijn ze nou helemaal belazerd! Laat ze liever die fietsers uit mijn buis halen. Levensgevaarlijk, die pedaalduivels in mijn tunnel.

Maar oef. Ik leef nog. Ik blij, u blij. En die velocipeden? Outgaerdiciden, dat zijn het!

 Crispijn van Outgaerden

De Stem van Oud-Krispijn, 4-2016

 

Blafmans en de stilte

Het is een wandeling voor luie mensen. Echt. Niet meer dan een straatlengte. Dat is het nieuwste en alleraardigste parkje van Dordrecht. U kunt het vinden achter de behuizing op het noordelijkste stukje Zuidendijk, op de plek waar ooit de Laan der Verenigde Naties onnodig breed lelijk lag te zijn. Daar ja, waar onlangs nog kunstwerk De Schapenkoppen een plekje heeft gekregen.

Struinen deed ik er. Baladeren. Kuieren, drentelen, slenteren. Natuurlijk vooral bij mooi weer. Een heerlijk en nog vrijwel onontdekt stukje verse natuur. Kijkt u maar op deze foto:

svoc2016-5

Mooi nietwaar?

 

Mij kwam echter ter ore dat aanpalende bewoners van dit stukje idyllisch Dordt inmiddels er allang niet meer zo blij mee zijn, dat het voortrazende verkeer niet meer vlak langs hun slaapkamers dendert.

In plaats daavan schijnen zij tegenwoordig tijdens de zomerse barbecue dusdanig overlast te ondervinden van blaffende en keffende honden, dat een  beetje ambulance met sirene aan er niet eens meer bovenuit komt.

De worstjes trekken er krom van en de biefstuk slaat zwart uit. De kippenpoten smaken naar houtskool en sateetjes glippen ervan door het rooster. Daarenboven wordt men er dorstig van en dit, in combinatie met die tenenkrommende  kolere-herrie van  verkeer en honden verhit de gemoederen er dusdanig dat men alras  hond noch toeter meer hoort boven het burengekrakeel uit.

Vroegah was Krispijn één groot weiland, weet u. Je hoorde er eigenlijk niet zoveel. Een paar vogels, een verdwaalde kikker. Wie er niet bekend was, deed er verstandig aan op de paden te blijven als hij niet in de moerassige drab wilde zakken. Je kwam er geen kip tegen.

En nu dit allemaal. ’t Is me wat. Wat u?

Crispijn van Outgaerden

Stem van Oud-Krispijn 3, 2016

Columns uit wijkkrant De Stem van Oud-Krispijn